Bemet wil geïntegreerd werken met digitaal dossier

23 juni 2017

Bemet International levert sinds de oprichting in 1990 CAD/CAM-, ERP- en APM-software aan bedrijven in de productie-industrie. John Hazebroek, een van de directeuren van Bemet, merkt echter op dat hij het steeds minder vaak heeft over de verschillende losse onderdelen en softwarepakketten, en juist steeds vaker praat over geïntegreerd werken. CAD-Magazine ging met hem in gesprek over dit onderwerp.

Door Lambert-Jan Koops

“Geïntegreerd werken is voor mij een kapstokterm, waarmee ik ongeveer hetzelfde bedoel als Smart Industry”, vertelt Hazebroek. “Het maakt ook niet zo heel veel uit welke naam eraan wordt gegeven, het gaat om het achterliggende idee. En dat is het idee dat automatisering tegenwoordig meer is dan alleen maar het implementeren van losse tools waarmee een deel van het totale bedrijfsproces wordt verbeterd. Drie tot vijf jaar geleden kwamen klanten nog vaak bij ons met de vraag of we een CAD/CAM-pakket, een ERP-systeem of een PDM-oplossing konden leveren. Dat is langzaam veranderd en tegenwoordig krijgen we dan ook steeds vaker de vraag of we het totale bedrijfsproces van een onderneming eens tegen het licht willen houden. Vandaar ook dat we ons zijn gaan specialiseren in business consultancy, zodat we aan deze vraag kunnen voldoen.”

Deeloplossingen

geïntegreerd werken

John Hazebroek, directeur bij Bemet: “Het gaat om de totaaloplossing. De tools zijn ondergeschikt.”

Alhoewel er genoeg bedrijven zijn die inmiddels toe zijn aan geïntegreerd werken of Smart Industry, zijn er nog wel brancheverschillen, zo merkt Hazebroek op. “Het is mijn ervaring dat bedrijven in de metaalsector vaak het idee hebben dat ze met de aanschaf van features vanzelf al hun problemen oplossen. Ze kijken daar dus nog heel erg naar deeloplossingen. In de houtbranche krijg ik echter veel vaker de vraag hoe een probleem kan worden opgelost, waarbij het de vraagsteller niet interesseert hoe dat dan gebeurt, als hij maar kan doen wat hij voor ogen heeft. Dat bedrijf wil dan bijvoorbeeld dat een ontwerp na goedkeuring van de klant direct in productie wordt genomen, waarbij bestellingen en bewerkingen automatisch plaatsvinden, zodat er een minimale levertijd ontstaat. Daarbij is het bedrijf dus helemaal niet geïnteresseerd in features van een pakket en maakt het niet uit welk CAD/CAM-pakket er werkt of hoe het ERP-systeem is geconfigureerd. Het gaat om de totaaloplossing en de tools zijn ondergeschikt.”

Informatiebeheer

Bemet International is, naast ontwikkelaar van ERP en APM, de Nederlandse reseller van Missler-software. De veranderende vraag waar Hazebroek mee wordt geconfronteerd in de Bemet-praktijk, sluit goed aan bij de aanpassingen die Missler heeft doorgevoerd in Topsolid 7.0. Dit pakket was voor deze release volledig gericht op CAD/CAM, maar in 7.0 werd PDM centraal gesteld. De kern van het pakket verschoof daarmee van ontwerp en productie naar informatiebeheer. “Die verandering sloot goed aan bij onze eigen activiteiten, aangezien we met ERP en bedrijfsautomatisering ons ook richten op het hergebruik van informatie binnen maakbedrijven. We weten uit ervaring dat in een onderneming gemiddeld dertig procent van de tijd die een CAD/CAM-operator aan het werk is, verloren gaat aan het zoeken naar de informatie die hij nodig heeft voor zijn werk. Dat is natuurlijk veel te veel, absoluut zonde van de tijd en het geld, en tenslotte ook helemaal niet nodig”, stelt Hazebroek.

Naast het verbeteren van de productiviteit is er nog een belangrijke reden om het bedrijfsproces eens onder handen te nemen, namelijk de informatie over het maakproces zelf. “Er zijn steeds meer afnemers die van hun leveranciers eisen dat ze informatie beschikbaar stellen over de manier waarop producten zijn gemaakt, bijvoorbeeld in de halfgeleider- en voedingsmiddelenindustrie. Afnemers willen daar zelf kunnen inzien of de geleverde producten op de gewenste manier zijn gemaakt. Wie daar zaken mee wil doen, moet dus wel snel en overzichtelijk die informatie beschikbaar kunnen stellen. Een extra reden om het proces goed in kaart te brengen.”

Digitaal productdossier

De oplossing die Hazebroek voor ogen heeft is niet de totale integratie van alle aanwezige softwaresystemen binnen een bedrijf, maar het gebruik van een digitaal productdossier waar alle betrokkenen vanuit hun eigen systeem informatie aan toevoegen. Hazebroek legt uit: “Wanneer de beschikbare informatie tussen CAD-gebruiker, werkvoorbereider en productiemedewerker naadloos wordt uitgewisseld, valt de zoektocht naar informatie weg. Daarom moeten bedrijven een digitaal dossier samenstellen dat als het ware met het product meereist door het bedrijf. Dat dossier wordt aangemaakt door een verkoper die in eerste instantie een offerte laat doorrekenen door de calculator. Na goedkeuring draagt die het over aan de ontwerpafdeling, waar ze aan de slag gaan met de door de calculator aangeleverde gegevens en het dossier in eerste instantie vullen met CAD-data. Later bevat het dossier ook data die niet CAD-gerelateerd zijn, maar afkomstig zijn van de werkvoorbereider, zoals draai- en freesinformatie. Daarbij staat onder andere vermeld hoeveel opspanningen er nodig zijn en welke tools er moeten worden ingezet. Na de productie van het onderdeel wordt vervolgens hetzelfde dossier weer gebruikt voor de controle van het product en zo krijgt het meetrapport dus ook een plek in het dossier. Op die manier weet elke betrokkene waar hij de benodigde informatie kan vinden en hoe hij zelf informatie moet toevoegen. Dankzij het digitale dossier worden er dus misverstanden voorkomen en neemt het zoekwerk af. Dat is geïntegreerd werken, dat is Smart Industry.”

Website Bemet International

Comments are closed.