Home -> Online artikelen -> Geometrie analyseren en beschilderen

04-03-2010

3ds Max (Design) 2010
Geometrie analyseren en beschilderen

Door Jean-Pierre van Gastel

In dit zesde artikel over de mogelijkheden in 3ds Max (Design) 2010 komt de xView Mesh Analyzer aan bod evenals de Viewport Canvasmogelijkheden. Inmiddels is er een eerste servicepack te downloaden van de website van Autodesk voor 3ds Max (Design) 2010. Daarnaast kunnen de 3ds Max (Design) 2010-gebruikers met ‘subscription' de ‘Connection Extension' downloaden. De ‘Connection Extension' biedt mogelijkheden voor het werken in combinatie met SketchUp, AutoCAD, Revit Architecture, Inventor en Toxik.


Afbeelding 1

 

Afbeelding 2

De nieuwe xView Mesh Analyzer in 3ds Max (Design) 2010 is bedoeld om 3D geometrie te controleren voordat deze gerenderd of geëxporteerd wordt. Maar ook na het importeren van een 3D-model in 3ds Max (Design) 2010, gemaakt in een extern 3D-product, is de xView Mesh Analyzer een prima hulpmiddel. De xView Mesh Analyzer is te activeren in het ‘Views'-menu of het ‘Shading Viewport Label'-menu. Na het activeren van de xView Mesh Analyzer, wordt de volledige geometrie in de viewport vervolgens geanalyseerd en worden potentiële problemen en fouten visueel en met tekst onderin de viewport duidelijk weergegeven, zie afbeelding 1. Het analyseren van de 3D geometrie kan op basis van verschillende tests zoals de richting van vlakken (Face Orientation), punten die over elkaar heen liggen (Overlapping Vertices), niet gesloten zijden (Open Edges) enzovoorts. Wanneer er een test actief is, wordt de naam van deze test weergegeven boven- of onderaan de actieve viewport. Voor het veranderen van een test, volstaat het om te klikken op de naam van de actieve test en een andere keuze te maken in het beschikbare menu. Naast de naam van de test is direct het resultaat waar te nemen van de uitgevoerde test. Wanneer de test niet geslaagd is, wordt dit ook aangegeven en de reden hiervan. De xView Mesh Analyzer werkt overigens alleen maar op ‘Editable Meshes' en ‘Polygon'-objecten. Indien de actieve test instellingen zoals een tolerantie bevat, komt de tekst ‘Click Here To Configure' automatisch tevoorschijn.


Afbeelding 3

 

 

 

Afbeelding 4

 

Elk commando in het xView-submenu is aan te passen via het ‘Customize User Interface'-dialoogvenster (CUI) naar eigen wensen. De handigste optie voor 3D geometrie is de ‘Face Orientation' zodat de gebruiker er zeker van is dat alle vlakken dezelfde kant uit staan. Dit is enorm belangrijk voor het juist renderen van het model of het printen in 3D. Nu is er tijdens het importeren van een DWG-bestand al een mogelijkheid om automatisch alle vlakken dezelfde kant uit te laten wijzen, maar deze optie maakt alleen deel uit van de ‘DWG importer'. Als er fouten worden getraceerd, kan dit direct worden opgelost, omdat de huidige selectie met problemen direct omgezet kan worden naar een actief subobject, zodat de gebruiker vervolgens bijvoorbeeld de richting van de vlakken snel om kan draaien.

Viewport Canvas
Met het nieuwe Viewport Canvas is het mogelijk om een 3D-model direct te beschilderen (Painten) in de actieve viewport. Naast het beschilderen van een 3D-model kan de gebruiker deze mogelijkheid ook gebruiken om een bestaande textuur te voorzien van extra kleuren. Dit scheelt weer een heleboel werk in je favoriete ‘Paint'-programma. Het Viewport Canvas werkt het best op basis van TIFF-texturen en converteert de actieve viewport naar een 2D canvas (doek).

Het beginnen met de Viewport Canvas vergt een aantal stappen. De eerste stap is het werken met een ‘Editable Poly'-object, aangezien dit het enige object is dat ondersteund wordt door de Viewport Canvas. Een tweede voorwaarde is dat er een juiste set met ‘UVW mapping' aanwezig is op het 3D-object binnen het gebied van 0.0 tot 1.0. Pas dus op met de standaard actieve ‘Real World Scale' in 3ds Max Design, omdat na de conversie naar een ‘Editable Poly' de ‘mapping' niet meer binnen dit gebied ligt.

Als de UV's in orde zijn, kan de gebruiker via de knop ‘Setup' een compleet nieuwe textuur aanmaken of gaan schilderen op een bestaande al aangebrachte textuur. Bij een nieuwe textuur dient deze uiteraard wel opgeslagen te worden en kiest de gebruiker een resolutie van de textuur, zie afbeelding 2. De kleur van de textuur is te bepalen op basis van 8-bit RGB-waarden (0 - 255). Vervolgens wordt er automatisch een standaardmateriaal aangemaakt met daarin de textuur als ‘Diffuse map'. Vervolgens kan er op het 3D-object geschilderd worden met diverse beschikbare ‘Brushes' (kwasten). Deze ‘Brushes' zijn heel eenvoudige zwart-wit afbeeldingen, die de gebruiker ook zelf kan toevoegen in de ‘Brushes folder' van 3ds Max (Design), zie afbeelding 3. Na het kiezen van een ‘Brush' kan de gebruiker direct aan de slag met een airbrush of met een ‘Layer'. De airbrush kijkt niet naar de actieve ondoorzichtigheidinstelling (Opacity) die bij de ‘Layer'-optie wel gerespecteerd wordt. Om de verschillende ‘Brushes' in elkaar over te laten vloeien, zijn er tal van ‘Photoshop-type Blend modes' beschikbaar.


Afbeelding 5

Wat er teveel aan verf is aangebracht, kan met de ‘Eraser' weer worden verwijderd. Door de ‘Shift'-toets ingedrukt te houden, komt de gebruiker automatisch in deze ‘Eraser'-functie. Zodra de gebruiker echter de verf heeft aangebracht, is het niet meer mogelijk om nog gebruik te maken van de Eraser. Wat ook een hele mooie optie is van de Viewport Canvas is de ‘Clone'-mogelijkheid. Deze ‘Clone'-mogelijkheid wordt automatisch actief zodra de gebruiker de Alt-toets indrukt, terwijl hij op een punt in het scherm klikt, dat hij wil klonen. Dit kan bijvoorbeeld een bestaande textuur zijn op een 3D-object of bijvoorbeeld een achtergrondfoto, die zichtbaar is in de viewport. Om een zo hoog mogelijke kwaliteit van de ‘Clone'-mogelijkheden te gebruiken is het aan te raden om de ‘Texel Lookup'-instelling van de ‘Viewportdriver' op ‘Nearest' te zetten, zie afbeelding 4. Dit zorgt namelijk voor de meest scherpe textuurweergave in de viewport, dus werkt het geheel nauwkeuriger met de Viewport Canvas.

Tijdens het schilderen of klonen zijn er tal van sneltoetsen beschikbaar zoals de ‘Control'- + ‘Shift'-toets om de ‘Brush' interactief aan te passen. De gebruiker dient er overigens wel heel goed rekening mee te houden dat, zodra hij ervoor kiest om een bestaande textuur te beschilderen, deze dan ook daadwerkelijk op die locatie wordt aangepast. Eventuele afwerking van het geschilderde werk kan met een externe ‘Paint'-applicatie, door het apart wegschrijven van een afzonderlijk ‘Alpha'-masker. De meest indrukwekkende optie hierbij is vervolgens om de huidige View te exporteren met de knop ‘Capture View'. Vervolgens kan deze View geplakt worden (Control+V) in je favoriete ‘Paint'-applicatie, zie afbeelding 5. Daar gebruikt men alle mogelijke tools, bewaart de afbeelding en vervolgens kan de gebruiker via de knop ‘Update Texture' de texturen in 3ds Max (Design) 2010 automatisch laten updaten. In het volgende artikel komen onder andere de nieuwe mogelijkheden aan bod op het gebied van de ‘Render Surface Map', ‘Pro Boolean' en de ‘Quadrify Modifier'.

Jean-Pierre van Gastel jean-pierre.van.gastel@pollux.nl is freelance redacteur voor CAD-Magazine. Voor dit onderwerp zie ook: www.autodesk.nl.