Home -> Online artikelen -> Werken met bevroren objecten en containers
3ds Max (Design) 2010
Werken met bevroren objecten en containers
Door Jean-Pierre van Gastel
In dit artikel over de nieuwe mogelijkheden in 3ds Max (Design) 2010, ga ik verder in op de nieuwe mogelijkheden die betrekking hebben op de zogenaamde Workflow. Scènes worden immers steeds groter en complexer, dus is het snel en makkelijk beheren van data enorm belangrijk geworden.

Afbeelding 1.
Autodesk kan echter niet alles tegelijk voor elkaar krijgen en om die reden zie je bepaalde functionaliteiten per release groeien. Neem bijvoorbeeld het ‘Select by Name’-dialoogvenster. Dit dialoogvenster, geïntroduceerd in 3ds Max 2008, was in het begin enorm traag en dit was voor veel gebruikers de reden om dit dialoogvenster niet te gebruiken. In 3ds Max (Design) 2010 is deze vertraging er uit en komt het dialoogvenster (ook met grote tot zeer grote scènes) zeer snel in beeld. Nog een vervelend iets wat in 3ds Max 2009 nog wel het geval was, heeft met verborgen en bevroren objecten te maken. Deze objecten werden namelijk niet getoond in het ‘Select by Name’-dialoogvenster. In 3ds Max (Design) 2010 zijn hiervoor twee kleine nieuwe icoontjes beschikbaar, waarmee de gebruiker zowel de verborgen objecten als de bevroren objecten kan weergeven. De verborgen objecten worden overigens in een cursief lettertype weergegeven en de bevroren objecten worden in lichtgrijze tekst weergegeven, zie afbeelding 1. Wat verder opvalt, is dat het ‘Select by Name’-dialoogvenster in 3ds Max Design standaard staat ingesteld op het werken met Revit Architecture. Revit Architecture werkt immers niet met een lagensysteem en dus hoeft de gebruiker ook in 3ds Max (Design) niet met lagen te werken. Hij kan gewoon verder gaan, gebaseerd op de Revit-families.
3ds Max laat de Revit Architecture-gebaseerde kolommen overigens niet zien, maar dit is aan te passen zodat dit wel het geval is. Tevens zijn de selectie-eigenschappen verder uitgebreid in 3ds Max (Design) 2010. Deze nieuwe selectie-eigenschappen komen tevoorschijn bij het toevoegen of aanpassen van kolommen. Nieuw zijn onder andere de eigenschappen van schaduwinstellingen van lichtbronnen. Het aanpassen van gegevens of het ‘Select by Name’-dialoogvenster open laten staan kan echter niet, want hiervoor is de zogenaamde ‘Scene Explorer’ in 3ds Max 2008 in het leven geroepen. De ‘Scene Explorer’ maakt het mogelijk om naast het maken van selecties ook tal van gegevens aan te passen zoals lichtsterkte, schaduwinstellingen enzovoorts. Nieuw in 3ds Max (Design) 2010 is dat de ‘Scene Explorer’ opgeroepen kan worden in een eigen Viewport en dat de lay-out aangepast kan worden van een horizontale weergave naar een verticale weergave, zie afbeelding 2. Aangezien de ‘Scene Explorer’ dezelfde eigenschappen bevat als het ‘Select by Name’-dialoogvenster, kunnen hier dezelfde kolommen met selectie-eigenschappen aan toegevoegd worden. Het rechtermuisknopmenu bevat gelijk nog een nieuwe optie om het geselecteerde object direct in de ‘Track View Editor’ te openen. Het object dient dan wel animatiedata te bevatten, omdat het anders niet zichtbaar wordt omdat de ‘Track View Editor’ uitgefilterd wordt op alleen geanimeerde objecten.

Afbeelding 2.
Containers
Zodra de scènes enorm groot gaan worden of als er met meerdere personen gewerkt gaat worden aan een project, is het werken met referentiebestanden een regelrechte aanrader. Net als in bijvoorbeeld AutoCAD kan er sinds 3ds Max versie 3 gewerkt worden met externe referentiebestanden (xrefs). Echter het beveiligen van een externe referentie of het snel delen, behoorde niet tot de mogelijkheden. 3ds Max (Design) 2010 introduceert een compleet nieuwe methode voor het werken met referentiebestanden in de vorm van containers. Een container is een ‘helper’-object en kan als zodanig geplaatst worden in de viewport. Vervolgens kan de gebruiker een selectie opbergen in een container. Andersom kan natuurlijk ook, door gebaseerd op de huidige selectie een container aan te maken. Alle opties hiervoor zijn terug te vinden of in het ‘Tools’-menu of in de nieuwe ‘Containers’-knoppenbalk. De container wordt weergegeven als een echte container waarvan de deksels geopend zijn. Zodra er genoeg objecten in een container zijn geplaatst, kan de gebruiker de container sluiten. Voordat hij echter de container sluit, kan hij bepalen of eventuele andere personen de container mogen openen en dus de objecten in de container mogen aanpassen. Deze beveiligen vindt al dan niet plaats door het aanvinken van de ‘Allow Edit in Place’-optie in het ‘Modify Panel’.

Afbeelding 3.
Zodra de gebruiker de container sluit, wordt er een extern bestand op de harddrive aangemaakt met de extensie .maxc die de containerdefinitie voorstelt. Na het sluiten van de container kan de gebruiker de objecten, die hij heeft toegevoegd aan een container, niet meer selecteren en loopt de meter van het aantal polygonen in de scène direct terug, zie afbeelding 3. Om de container iets duidelijker weer te geven, kan deze voorzien worden van een label. Om de laadtijden van scènes en natuurlijk ook het opslaan positief te beïnvloeden, zou de gebruiker na het sluiten van de container ,deze volledig kunnen uitzetten door deze te ‘unloaden’. Hierdoor verdwijnt daadwerkelijk alle informatie uit de scène. Het interessante van containers is, dat het opgeslagen bestand gedeeld kan worden met andere 3ds Max (Design)-gebruikers. Met het commando ‘Inherit Container’ kan namelijk een containerbestand ingeladen worden in een andere 3ds Max (Design)-sessie. Afhankelijk van de beveiliging mag de container wel of niet geopend worden. Zodra de auteur van de container iets aanpast, wordt de container uiteraard geüpdate op alle plaatsen waar deze container is gebruikt. Dit kan twee kanten uitwerken afhankelijk van de instelling die de gebruiker toepast. Naast het unloaden van een container kan een container ook specifieke instellingen hebben op het gebied van weergave. Zodra objecten zich in een container bevinden, kunnen deze zich bijvoorbeeld al dan niet laten zien in de rendering die de gebruiker later gaat maken. Met de knop ‘Override Object Properties’ op het containerniveau is dit gedrag heel simpel in te stellen.

Afbeelding 4.
Het werken met containers is enorm makkelijk en bevat vele mogelijkheden. Er is echter een groot aantal zaken van belang. Namelijk het werken met dezelfde ‘System Units’ en goede onderlinge afspraken maken bijvoorbeeld is één van de zaken waar de gebruiker extra aandacht aan zou moeten besteden. Uiteraard kunnen containers ook gebruikt worden door slechts één persoon om extreem grote scènes beter handelbaar te maken, of door lokale objecten snel aan te passen, containers kunnen immers ook gedupliceerd worden, terwijl ze naar hetzelfde bestand op de harddrive verwijzen. Om het beheer van containers wat makkelijker te maken is er standaard al een kant en klare ‘Container Explorer’ beschikbaar waarin de gebruiker een goed overzicht heeft van alle containers en bijbehorende instellingen in de scène, zie afbeelding 4.
In het volgende artikel over de nieuwe mogelijkheden in 3ds Max (Design) 2010 komen de nieuwe
‘XView’-mogelijkheden en het ‘painten’ in de viewport aanbod.
Jean-Pierre van Gastel jean-pierre.van.gastel@pollux.nl is freelance redacteur voor CAD-Magazine.
Voor dit onderwerp zie ook: www.autodesk.nl.





