Column: Ontwerpfrustratie

5 mei 2017

Klinkende namen met onmiskenbare ontwerpstijlen heb je vandaag de dag niet meer. Het creatieve proces is volledig uitgebannen en overruled door de verplichting om aan alle zinnige, maar vooral ook onzinnige regeltjes te voldoen. En als je dan eindelijk een ontwerpje hebt kunnen maken, moet het meest frustrerende deel van het werk nog komen: de verantwoording.

Meestal heet zoiets de ontwerpnota waarin alle separate ontwerpelementen en overwegingen tegen het licht van de op hol geslagen regeldrift van de opdrachtgever moeten worden beschreven. Diezelfde opdrachtgever valt volgens mij wel iets te verwijten: gierigheid, voor een dubbeltje op de eerste rang willen zitten. Het meest energiezuinige, in het oog springende en maximale volume vragen tegen de laagste prijs. Het is dan ook niet gek dat veel ontwerpen tegenvallen. Eenheidsworst, niet sexy, geen lust voor het oog, geen aanwinst voor de buurt.

Natuurlijk moet het ontwerp aan de voorschriften voldoen. Het Bouwbesluit bevat goede voorschriften voor veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en milieu. Alle bouwwerken moeten aan die voorschriften voldoen. Geen enkel punt van discussie, maar de opdrachtgever eist vaak ook nog een heleboel meer.

Eigenlijk moet je een ontwerp tweemaal oplossen en tonen aan de opdrachtgever. De eerste keer zonder opgelegde extra beperkingen. Wens/doel -> Ontwerp. De tweede keer rekening houdend met de meegeleverde kaders, normen, richtlijnen, ruimtelijke beperkingen, exorbitante voorwaarden zoals tijd, geld en kwaliteit. Wens/doel -> Beperkingen -> Ontwerp.

Daarmee wordt in één keer duidelijk waarom ontwerpen onnodig duur worden gemaakt. Het zijn vaak wensen en randvoorwaarden zonder wettelijk kader die het vrije ontwerpproces enorm in de weg staan. Als je ze daarmee confronteert, is er misschien meer mogelijk. Vooral als de eigen regeltjes van de opdrachtgever het ontwerp extra duur maken.

De reacties naar redactie@cadmag.nl.

De vrij ontworpen ing. Willem Barendsz

Lees hier de vorige column van Willem Barendsz

Comments are closed.