Creo 5.0 in teken van simulatie en additive manufacturing

13 juni 2018

Eind maart lanceerde PTC de nieuwe versie van zijn CAD-pakket Creo. Versie 5.0 biedt in vergelijking met de voorganger verschillende extra mogelijkheden op het gebied van additive manufacturing, topologie-optimalisatie en simulaties, en biedt bovendien de mogelijkheid om de kloof tussen de fysieke en digitale wereld te dichten met augmented reality (AR)-functionaliteit. Brian Thompson, senior vicepresident van het CAD-segment bij PTC, licht de nieuwe versie toe.

 

Door Lambert-Jan Koops

“Een van de trends die een grote impact heeft op de manier waarop maakbedrijven werken, is de trend dat de zogenaamde Customer Value Chain verandert. Er worden steeds minder vaak producten verkocht en in plaats daarvan worden complete diensten gevraagd. Een klant bestelt bijvoorbeeld bij een bouwer van airconditioningsystemen geen nieuw systeem, maar vraagt om een service waarbij een goede luchtkwaliteit wordt gegarandeerd. Hoe die leverancier dat dan precies doet, maakt de klant dan niet uit, als het maar geregeld wordt”, zo stelt Thompson.
“Dat is op zich een prima idee, de klant wordt daarmee volledig ontzorgd, maar het betekent wel dat de airconditioningbouwer met een compleet ander businessmodel te maken krijgt en als gevolg daarvan ook moet nadenken over de manier waarop er binnen het bedrijf wordt ontworpen. Zo zal er een sterke nadruk komen te liggen op de mogelijkheid om geïnstalleerde systemen te kunnen monitoren en op afstand aan te sturen. Gelukkig zijn de fysieke en digitale wereld elkaar het afgelopen decennium steeds dichter genaderd en we kunnen inmiddels wel stellen dat ze zijn samengekomen. Het is mogelijk om een perfecte digitale kopie te maken van een bestaand object en met deze digitale tweeling tests uit te voeren, waarvan de uitkomsten dan weer te gebruiken zijn voor het optimaliseren van het real-lifemodel. Op die manier kan er een perfecte feedbackloop ontstaan: dankzij Internet of Things is goed te zien of het fysieke model precies dat doet wat ervan wordt verwacht en kan het effect van een aanpassing goed worden gecontroleerd.”

Creo 5.0

Met de Volume Helical Sweep is de juiste geometrie voor een slijpschijfscenario te berekenen.

Digitale tweeling van GRIIIP

Als voorbeeld van een bedrijf dat goed gebruikmaakt van een digitale tweeling, noemt Thompson GRIIIP. “Deze racewagenbouwer heeft met ThingWorx een digitale tweeling gekoppeld aan een fysiek model, waarbij met behulp van vijf sensoren in de wagen twee belangrijke zaken worden gemonitord: de hoek van het stuurwiel in combinatie met de druk op cilinders van de wielophanging. Daarmee is het mogelijk om de krachten te bepalen die op het frame werken en tests uit te voeren met het digitale model. Bij die tests bleek dat er ongewenste effecten optraden wanneer de auto over de curb ging en op basis van die uitkomst is besloten om de ophanging aan te passen. Een prachtig voorbeeld van een manier waarop een product wordt geoptimaliseerd.”
In het voorbeeld van GRIIIP worden fysieke sensoren van een fysiek model uitgelezen. Thompson benadrukt echter dat het ook mogelijk is om te werken met virtuele sensoren in het digitale model. “Dat is vooral nuttig wanneer een engineer informatie wil over onderdelen in het ontwerp die niet makkelijk van een sensor kunnen worden voorzien.”
Vanaf juni zal er binnen Creo 5.0 een complete koppeling mogelijk zijn tussen de digitale tweeling en de fysieke vorm. “De engineer kan dan in de software aangeven dat er bij bepaalde waarden van de feedback vanuit de sensoren meteen een simulatie moet worden uitgevoerd waarbij de gegevens van de feedback worden bereikt. De engineer krijgt dan meteen een notificatie van het systeem, zodat hij uit kan zoeken hoe die waarden tot stand zijn gekomen. Overigens is het hierbij zo dat deze analyse niet hoeft plaats te vinden met PTC-software, het is ook mogelijk om er een analyse aan te koppelen die wordt uitgevoerd door bijvoorbeeld Ansys of Mathcad.”

Creo 5.0

Het is mogelijk om direct te wisselen tussen de modi Orthograhic en Perspective vanaf de werkbalk voor afbeeldingen.

Additive manufacturing

Een andere trend die Thompson nauwlettend in de gaten houdt, is de trend dat additive manufacturing een steeds belangrijkere rol gaat spelen in de moderne industrie. “De inzet van additive manufacturing biedt natuurlijk geweldige mogelijkheden, aangezien het daarmee net zo makkelijk wordt om complexe modellen te produceren als eenvoudige. Het legt alleen wel veel druk op de ontwikkeling van ontwerptools, aangezien er opeens veel meer moet gebeuren dan alleen het maken van een model. Een engineer moet nu eerst zijn ontwerp maken, vervolgens dit model optimaliseren en valideren en dan controleren of het geschikt is voor productie met de 3D-printer. En als hij dat heeft gedaan, mag hij de hele cyclus nog eens een keer doorlopen. Al met al kost dat ontzettend veel tijd. Niet alleen omdat het veel handelingen zijn, maar ook omdat een groot deel van die handelingen plaatsvinden buiten de CAD-software.
Om dit nu makkelijker te maken zijn we voor Creo 5.0 een samenwerkingsverband aangegaan met Materialise, een partij die zo’n zeventig procent van de metaalprintmarkt in handen heeft en daarmee dus bekend is bij veel van onze eindgebruikers. De samenwerking draait daarbij om de Materialise Build Processor, die in uiteenlopende industriële en semi-professionele 3D-printers wordt gebruikt. Deze printers zijn via de nieuwe versie van PTC Creo direct benaderbaar vanuit de CAD-omgeving. Creo-gebruikers krijgen bovendien toegang tot de software van Materialise om de ondersteuning van de modellen te optimaliseren en hebben zo meer controle over het ontwerp van supportstructuren. Overigens hadden we in Creo 4 ook al een additive-manufacturing-extensie geïntegreerd waarmee modellen direct door te sturen waren naar 3D-printers van Stratasys en 3D Systems.”

Creo 5.0

Creo 5.0 biedt de mogelijkheid om een verbinding te maken met metaalprinters voor het printen van onderdelen.

Kansen

Met de nieuwe functie is Thompson ervan overtuigd dat er weer een belangrijke stap is gezet in de ontwikkeling van Creo. Hij wil daarbij echter wel alle gebruikers oproepen om de nieuwe functies binnen het pakket ook daadwerkelijk te gebruiken. “Ik denk dat veel eindgebruikers nog allerlei kansen op productiviteitsverbetering laten liggen. Zo zijn er nog genoeg bedrijven die 3D-modellen alleen maar gebruiken voor het maken van 2D-tekeningen voor hun productie, maar dat is een wel heel erg beperkt gebruik van het 3D-model. Ik heb gesproken met klanten die Creo 2 of 3 op exact dezelfde manier gebruiken als PTC Wildfire 4.0 en vervolgens tegen mij zeiden: ´We zijn niet veel productiever geworden.’ Ja, op het gebied van puur ontwerpwerk valt er misschien niet al te veel meer te halen, maar de echte kansen zitten juist in de extra functionaliteit die we buiten onze CAD-functies om hebben ontwikkeld. Wie op zoek is naar productiviteitswinst moet zich er dan ook echt van bewust zijn dat het installeren van een nieuwe versie niet genoeg is. Het hele bedrijfsproces moet worden bekeken, waarbij de vraag moet worden gesteld hoe alle aanwezige mogelijkheden optimaal kunnen worden benut. Dat vereist dus een kritische blik en de wil om te veranderen. Iets waar wij als PTC niet veel aan kunnen bijdragen. De tools om de volgende stap te zetten leveren we echter wel met Creo 5.0.”

Creo 5.0

De standaard gefacetteerde output van topologie-optimalisatie kan worden weergegeven aan het einde van het proces of op elk gewenst tijdstip tijdens de uitvoeringscyclus.

Creo 5.0

Creo 5.0

Autodesk Inventor-bestanden zijn direct te openen in Creo Parametric dankzij de nieuw ontwikkelde Creo Unite Technology.

Website GRIIIP
Website PTC

Comments are closed.