Pontsteiger, nieuwe blikvanger aan het Amsterdamse IJ

9 augustus 2018

Van Rossum rekent en bespaart bij bouw woningcomplex

Prestigieus, dat is een van de vele woorden waarmee het Pontsteiger-wooncomplex in Amsterdam kan worden omschreven. Het negentig meter hoge gebouw aan de oevers van het IJ is een ontwerp van Arons en Gelauff Architecten en bestaat uit twee torens met op een hoogte van 65 meter een overspanning in de vorm van een stalen brug die de beide woontorens met elkaar verbindt. Een gesprek over de totstandkoming van een landmark.

 

Door Lambert-Jan Koops

In totaal biedt Pontsteiger ruimte aan 366 appartementen, waarvan 66 exclusieve koopwoningen met een oppervlak tussen de 100 en 440 vierkante meter op de bovenste acht verdiepingen. De vier appartementen in de top van het gebouw zijn als gecombineerd penthouse gerealiseerd van in totaal 1.440 vierkante meter. Het prijskaartje van ruim boven de vijftien miljoen euro maakt dit het duurste penthouse in Nederland. Naast de koopwoningen bevat het Pontsteiger-gebouw nog driehonderd vrije sector huurappartementen, inclusief separate bergingen en 165 parkeerplaatsen in de ondergrondse garage. Op de begane grond bevindt zich hoogwaardige horeca en diverse voorzieningen zoals een wasserette en een sportschool.
De entree tot Pontsteiger bestaat uit een pier van dertig meter breed, die begint bij de Tasmankade en tweehonderd meter verder eindigt in een plein aan het water. Een brede wandelboulevard leidt voetgangers naar het gebouw, het binnengebied en de kleine haven voor privébootjes van bewoners, die plaats biedt aan 28 boten. Het binnengebied van Pontsteiger bestaat uit een ruim opgezet plein, waar naast de genoemde horeca en voorzieningen zich de entrees naar de lobby’s en de fietsenstallingen bevinden.

Pontsteiger

Pontsteiger, aan de oevers van het Amsterdamse IJ.

Hoofdconstructeur

Het ontwerp voor Pontsteiger is afkomstig van Arons en Gelauff Architecten, terwijl de bouw in handen was van bouw- en ontwikkelcombinatie Dura Vermeer en M.J. De Nijs. De rol van hoofdconstructeur was weggelegd voor Van Rossum Raadgevende Ingenieurs. CAD-Magazine sprak met Steven Schoenmakers bij dit bedrijf over zijn rol als projectleider en constructeur bij de totstandkoming van het Pontsteiger-gebouw.
“Wij zijn als Van Rossum gespecialiseerd in utiliteitsbouw en zijn dan vaak tot en met de uitvoering in de rol van hoofdconstructeur betrokken bij projecten. Hoe we daar terecht komen verschilt van project tot project, soms schrijven we in op een project, soms maken we onderdeel uit van een team dat een opdracht krijgt en soms worden we in een later stadium toegevoegd aan een projectteam. In het geval van Pontsteiger hadden we op voorhand al goede banden met de aannemer en toen deze naar mogelijkheden zocht om kosten te besparen, hebben we hier samen een plan voor uitgewerkt. Een belangrijke zaak omdat de bouw van start ging tijdens de crisisperiode.”
Het idee voor de besparing bestond uit de aanpassing van het exoskelet van het gebouw. De architect had veel staal en constructies in de gevel verwerkt, maar Van Rossum zag kans om het werk in prefab-beton uit te voeren. Met de acceptatie van deze oplossing werd Van Rossum vervolgens toegevoegd aan het projectteam.

Brugconstructie

Het Pontsteiger-gebouw bestaat uit twee delen: de laagbouw en de hoogbouw. Voor de hoogbouw is door Van Rossum een ontwerp gemaakt waarbij gebruik werd gemaakt van het hiervoor genoemde prefab-beton in de vorm van prefab-binnenwanden en een dragende prefab-gevel. Zo kon een bouwsnelheid van één verdieping per week worden gehaald. De echte uitdaging zat hem echter in de brugconstructie tussen de beide torens.
Schoenmakers: “We zijn al heel vroeg in het project begonnen met het gedetailleerd engineeren van de brug, omdat we wisten dat hier de constructieve uitdagingen en de risico’s zouden zitten. In het begin deden we dat met een team van drie engineers, waaronder ikzelf, die zich volledig focusten op dit onderdeel. Het voordeel van een dergelijk klein team is dat iedereen het hele project kent en van alle knelpunten op de hoogte is. Daarmee konden we ook makkelijk de diepte in.”
De berekeningen van Schoenmakers en zijn collega’s waren voor verschillende zaken van belang. “Om te beginnen was het belangrijk dat de trilling in de brug minimaal zou zijn. Met behulp van onze berekeningen konden we aantonen dat de constructie voldeed aan de eisen. Uiteindelijk is een zwaardere vloer toegepast dan op sterkte nodig was, om zo het trillings-comfort te vergroten.”

Berekeningen

Pontsteiger

De appartementen in Pontsteiger worden geleverd met uitzicht over Amsterdam.

De brugconstructie tussen de beide torens van het Pontsteiger-gebouw bestaat uit vier stalen vakwerkspanten. De spanten zijn zo ontworpen dat elke staaf individueel kan wegvallen zonder dat dit tot bezwijken van de rest van de constructie lijdt. Om te voorkomen dat de vakwerkspanten worden ingeklemd tussen beide torens is als oplegging een zuiver scharnier ontworpen. Dat laat de rotatie van de vakwerkspanten volledig vrij.
De constructieve uitwerking is gestart met 2D-raamwerkberekening, om zodoende een beeld te krijgen van de krachten en belastingen. “We zijn begonnen met 2D-raamwerkberekeningen om een beeld te krijgen van de krachten en belastingen. In een later stadium hebben we het ontwerp in SCIA Engineer gemodelleerd en doorgerekend. Daarbij maken we onder andere gebruik van aanvullende modules binnen het pakket zoals de module voor plastische staalberekeningen.
Hiermee kan de tweede draagweg van de vakwerkspanten worden aangetoond. Nu is het zo dat wanneer de constructie met één weggevallen staaf lineair wordt doorgerekend, de andere staven meteen niet meer voldoen. In de praktijk zullen de overgebleven staven echter alle krachten opnemen die ze kunnen opnemen in een dergelijke situatie en worden overgebleven krachten herverdeeld naar andere staven in de constructie, waarbij er dus een complete herverdeling optreedt van de krachten die door de weggevallen staaf werden opgevangen. Om dat proces goed in kaart te brengen was een niet-lineaire berekening noodzakelijk, ook al duren dergelijke berekeningen vele malen langer dan de lineaire tegenhangers.”
Met het doorrekenen van de belastingen in de brug waren de theoretische vraagstukken opgelost. Er was echter ook nog een praktisch probleem bij de bouw dat aandacht nodig had. “Het plaatsen van de brug was geen standaardklus: het gaat om een overspanning van zo’n vijftig meter die zich op een hoogte van zestig meter bevindt. Bovendien was de hijscapaciteit van de vaste kranen gelimiteerd, zodat we daar ook tegen beperkingen aanliepen. Uiteindelijk is ervoor gekozen om de brug in één keer in te hijsen met behulp van twee extra zware mobiele kranen”, zo vertelt Schoenmakers.

Samenwerking

Het Pontsteiger-project is door Van Rossum volledig in BIM uitgewerkt. Vanaf het definitief ontwerp is in een gezamenlijk model met de architect en installateur gewerkt om zo de ontwerpen op elkaar af te stemmen en toekomstige bouwfouten te voorkomen.
Schoenmakers: “Alle partijen werkten in een centraal BIM-model waarbij info via IFC werd uitgewisseld. Clashes werden via BIMCollab opgespoord en dat ging in het algemeen heel soepel. De info was duidelijk en werd goed uitgewisseld. Zoals gezegd, gebruiken we zelf voor het doorrekenen van de constructie SCIA Engineer, maar het teken-modelleerwerk doen we in Revit waarbij we ook uitwisselen met IFC. In het begin hebben we voor het ontwerpdeel overigens ook via de Revit-server live data-uitwisseling gedaan met de architect en de installatie-adviseur en ook dat werkte naar behoren. Dankzij de inzet van BIM en de nauwe samenwerking met de andere partijen hadden we al heel snel een goed beeld van wat er moest gebeuren en konden we alle problemen ruim van tevoren oplossen.”

Website Van Rossum
Website Pontsteiger
Website SCIA

Comments are closed.