Snel onafhankelijke varianten maken

24 mei 2018

Bij het opbouwen van een samenstelling moet een Inventor-gebruiker eerst de functies Constraint en Joints kunnen hanteren om de met Place binnengehaalde componenten in de juiste positie te brengen. Dit artikel wil de beginnende gebruiker wat aanvullende tools en technieken onder de aandacht brengen voor onder meer het invoegen en hergebruiken van componenten.

 

Door Rob Sman

Om een exemplaar toe te voegen van een component dat al in de samenstelling aanwezig is (een nieuwe ‘instance’), kan natuurlijk de Place-functie herhaaldelijk worden gebruikt, maar dat lijkt toch wat omslachtig. Heel wat eenvoudiger is het om de component in de modelbrowser aan te klikken en met ingedrukte muisknop de samenstelling in te slepen. Dit werkt ook voor meerdere componenten in één keer: maak met behulp van de Control- en Shift-toets de gewenste selectie en sleep deze vervolgens de samenstelling in. Natuurlijk werkt ook het aloude gebruik van Copy/Paste, zowel voor een selectie in de modelbrowser als voor een selectie in het grafische scherm.

samenstelling

Met Copy en Save and Replace zijn aangepaste nieuwe componenten snel in een samenstelling op te nemen.

Copy

Bij het invoegen van meerdere componenten tegelijkertijd met de hiervoor genoemde methodes worden eventueel aanwezige constraints niet mee gekopieerd. Dit is wél mogelijk met de functie Copy, te vinden op het ribbon-tabblad Assemble in het panel Pattern. In het dialoogvenster dat daarmee wordt geopend, is de lijst van componenten op te bouwen door te selecteren in zowel de browser als het grafische scherm. Per component kan de gebruiker aangeven hoe het moet worden gebruikt: reuse, copy of exclude. Reuse (hergebruik) voegt gewoon een instance van het component toe. Copy (kopieer) maakt een nieuwe component aan, dus een nieuw bestand dat onafhankelijk is van zijn ‘bron’. Hiermee is het eenvoudig mogelijk om een variant van een component te maken. Exclude (uitsluiten) is geschikt wanneer een geselecteerd component moet worden uitgesloten in de kopie. Dat laatste is bijvoorbeeld nuttig bij het selecteren van een part binnen een geselecteerde subsamenstelling.

Met de checkbox Copy Relationships kan de gebruiker aangeven dat de constraints en joints moeten blijven bewaard. Op het dialoogvenster volgt nog een tweede keuze, waar aan te geven is wat de nieuwe namen moeten worden van de te kopiëren componenten en of de bestemming de huidige samenstelling is of een nieuw bestand (Open in New Window). Deze Copy-functie biedt uiteindelijk alle mogelijkheden, maar is voor zaken als het invoegen van een enkele instance van een component veel te omslachtig. De Copy-functie komt meer tot haar recht bij complexe operaties met veel componenten en kan dus ook handig zijn bij het ontwikkelen van een afgeleide versie van een geheel ontwerp. Wanneer constraints en joints behouden moeten blijven, is Copy onontbeerlijk. (Overigens heeft Inventor ook de mogelijkheid een volledig project te kopiëren met de functie iLogic Design Copy.)

Veiligstellen

Het maken van een kopie als nieuwe versie van een component is zeer eenvoudig, evenals het in de samenstelling vervangen van de oorspronkelijke component door de nieuwe versie. In het contextmenu (selecteer met de rechtermuisknop) van elk component bevindt zich een submenu ‘Component’ met daarin de optie ‘Replace’. Wanneer de gemaakte kopie wordt geselecteerd als vervangend object, zal Inventor dit herkennen als een afgeleide en in staat zijn de constraints te herstellen, mits uiteraard de daarvoor vereiste geometrie (nog) aanwezig is. Het veiligstellen van een component en doorwerken met een kopie die gewijzigd mag worden, zoals hiervoor beschreven, komt regelmatig voor. Het proces om dat uit te voeren wordt teruggebracht tot een enkele handeling door de functie Save and Replace, te vinden in het Productivity-panel.

Reorganiseren

Bij het werken in de Part-omgeving geeft de modelbrowser in een opsomming van de features de historie van het model weer. Deze volgorde is maar zeer beperkt aan te passen. In de samenstellingsomgeving daarentegen speelt de volgorde van de componenten in de lijst geen enkele rol en deze kan dan ook vrijelijk worden gewijzigd. (Het in de lijst verplaatsen van in de samenstelling gedefinieerde workfeatures kent echter wel beperkingen.)

De lijst toont initieel de volgorde waarin de componenten in de samenstelling zijn gekomen. De naam van iedere ‘node’ in de browser wordt standaard (‘default’) samengesteld uit de bestandsnaam, een dubbele punt en een volgnummer. Deze naam mag worden gewijzigd; gewoon erop klikken en iets anders intypen. Bijvoorbeeld ‘steun:1’ en ‘steun:2’ (twee instances van het onderdeel steun.ipt) veranderen in ‘linkersteun’ en ‘rechtersteun’. In het Productivity-panel bevindt zich ook de functie Rename Browser Nodes. Hiermee kan de gebruiker kiezen tussen het weergeven van de bestandsnaam, het part-number (mits ingevuld) of de default-weergave. Pas op: gebruik van deze functie overschrijft de handmatige wijzigingen! Voor het snel terugvinden van een component in een lange lijst kan het handig zijn de lijst alfabetisch te rangschikken. Ook daarvoor is in het Productivity Panel een functie aanwezig: Alpha Sort Component. Na het eventueel wijzigen van de weergave van de nodes met Rename is Alpha Sort Component opnieuw te gebruiken.

samenstelling

Bij het kopiëren van deze schokbreker worden sommige componenten ongewijzigd hergebruikt en andere gekopieerd als nieuw component. Let op het aangevinkte Copy Relationships.

Mappen

Grote samenstellingen zijn dikwijls opgebouwd uit sub-samenstellingen. De structuur volgt gewoonlijk logisch uit functionaliteit en andere samenhangende eigenschappen. Typische sub-samenstellingen zijn bijvoorbeeld de motor of het remsysteem in een voertuig. Daarnaast zijn (nodes van) componenten in mappen (folders) te zetten, zonder dat dit invloed heeft op de structuur van de samenstelling. Rechtsklik in de modelbrowser voor Create New Folder, of rechtsklik op een component voor Add to New Folder. De eerste voegt een map toe onderaan de lijst, de tweede maakt de map aan op de positie van de node. Nodes worden aan de mappen toegevoegd door ze erin te slepen. Met mappen kan structuur worden aangegeven zonder sub-samenstellingen aan te maken. Het voordeel van het gebruik van mappen is verder dat de browser overzichtelijker wordt en dat alle objecten binnen een map te selecteren zijn door de map te selecteren.

Conclusie

Al met al is het Productivity-panel een schuilplaats van prachtige hulpmiddelen, die makkelijk over het hoofd wordt gezien. Hoewel er een aantal bij zijn waarvan niet iedere (beginnende) gebruiker direct de toepasbaarheid van zal zien, is het de moeite waard ze eens te verkennen.

Website Autodesk

Comments are closed.